Roosmarijn Mascini

WIJ DIE ZEE ZIJN



Wij die zee zijn
We komen je halen
We zijn nu nog ver
Maar we komen eraan


We zullen je spoelen
Wanneer je alleen bent
En je wakker maken
Diep in een nacht

Wij die ravijn zijn
Wij kloppen geen schouder
We stampen je niet aan
Maar woelen je los

We buigen ons als een alles
Overkoepelend paar armen
Zo dicht om je heen
Tot we je krochten vullen
En je steeds verder bij je
Naar binnen drijven
Tot aan de rand van
Je eigen afgrond
Waar je niets liever doet
Dan in ons springen
Om te vallen in wat je
Al zo lang verlangt


Wij die stil zijn
We stoppen je razen
Wij zonder antwoord
We stoppen je vraag

Wij die er nooit zijn
Stoppen je verwachten
Wij die je verlaten
Houden je voor altijd vast

Pas wanneer je weer 
Uit ons terug moet keren
Zal het je moeilijk vallen
Verstaanbaar te spreken
Want de mensen zullen
In jouw woorden enkel
Een enge droom of hun
Eigen angsten horen klinken

(uit Cirkelingen, 2019)