Kort



Vals plat

vals plat je
roept me naar je vlakte je
scheert me over je kam je
keert me naar je wang
je

stuurt me op je pad je
legt me over je lat je
brengt me op je gedachte
je betrapt me je
betrapt me
je

vals plat je
duwt me over je kant je
schiet me in je lach je
verkrijgt me over je hart
je

springt me uit je ban je
steekt me aan je vlam
slaat me om je arm je
je had me je
had me 
je

(2014)

Vlooienkinderen

het zand waait over ons heen
bedekt ons
we zien ons niet staan
we zijn warm en los
we zijn de woestijn

iemand komt
op paarden komt de troep
de trillingen van de tent draag ik
samen met de korrels en de beesten die daarin wonen
zoals jij boven me met hen voor een paar dagen
grazen de dieren vlakbij waardoor ik weet
dat er water is en gras

rustig word ik van het kamp boven op me
de nederzetting van
dat wat noodzakelijk is om op mij te kunnen overleven
laat me achter
hoeven stampen me nog eenmaal aan
zodat ik weet dat jullie veilig vertrekken

ik word niet vaster
nog steeds lig ik los
woelt het door me
als ik denk aan dat jij daar ook ligt
zonder wortel zonder gras

Daar ik jullie liefheb
kinderen die door mij kruipen
Exotische verstekelingen
Draagmoeder volgens
bestemming bereikt

(2015)

Polaris

Polaris
als zij de zon en ik de maan
is alles wat we van elkaar
weerkaatsen in jou even waar

soms keert het zich om
dan ben jij de zon
dan sta ik bovenaan
en geef jouw blik aan haar

maar als de zon de maan is
en onze blik polaar is
dan weet ik dat het daar is
waar het het liefste is
Polaris

(2014)

Volgelingen

Volgelingen ik hoor er niet meer bij. 
Lachend heb ik onderweg steken laten vallen, vloog ik onder ‘s leiders vleugels uit. 
Maar die glimlach keek om.
Ging ik te ruste op een steen, als ware ik mijn massa kwijt. Zeker niet licht, star als de steen. 
Koppig als tegen beter weten in.
Radeloos als zonder rede, onvermijdelijk neerwaarts vallend, mijn eigen bots voorspellend.
De anderen vliegend over mij heen. Licht, want door elkaar gedragen,
plaatsen mijn gedachten mij enkel in mijn eigen hoofd en
kan ik niet tot hen opstijgen, laat staan met hen dansen.
Al het nieuwe vliegt mij als gespiegeld bekeken voorbij.
Al het oude ligt opgegraven op een onbeweeglijke stapel voor mij op tafel.
De tafel waaraan gerookt en gedronken werd.
Er landt nu een vogel op zonder symbolen.
Hij pikt wat rond en vliegt op.
Ik volg hem, vanuit de kruimels op de grond die er eerst nog niet lagen.

(2013)

Klim erop

klim erop
omarm het blok
tot zover dat het in je zit
koel en massief
jouw vel zijn rug
bebrand bebriest
het keert door je heen
binnen laait het
buiten steen
je rug een kom
je draagt hem andersom

trek hem hoog op
hemd in broek
totdat je heupen wiegen
en de kamer door je danst
je rug de muur raakt
en de muur je borst en
je voldoende klem zit
om je vastgehouden te voelen
zonder hoek of overkant
uitgelijnd en
onbemand

(2014)

Ik zal je wat van mijn water geven

ik zal je wat van mijn water geven
je kijkt niet achterom
onderweg word ik geroofd
je loopt gewoon door
ik heb plezier
hier is jouw rug zo mooi

(2007)